Uitspraak
straf:
vier jaar;
bijkomende straf:
teruggave aan de verdachtevan na te noemen in beslag genomen goederen, te weten:
niet ontvankelijkin haar vordering;
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar wegens een groot aantal woninginbraken en pogingen daartoe, gepleegd in de periode van december 2011 tot december 2012. De misdrijven werden deels samen met anderen gepleegd en kenmerken zich door een vaste modus operandi waarbij toegang werd verkregen via braak en inklimming, vaak via ramen op de eerste verdieping.
Het bewijs bestond uit aangiften, camerabeelden, DNA-sporen op onder meer zaklampjes en schroevendraaiers, schoensporen en werktuigsporen die met verdachte konden worden verbonden. Verdachte werd vrijgesproken van enkele feiten wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich vooral liet leiden door financiële motieven en dat zijn verblijf in Nederland hoofdzakelijk diende om deze misdrijven te plegen.
De rechtbank wees de civiele schadevordering van een benadeelde partij af wegens onvoldoende onderbouwing en verwees haar naar de burgerlijke rechter. De rechtbank legde ook verbeurdverklaring op van diverse in beslag genomen goederen die verband houden met de bewezen verklaarde feiten. De straf is onvoorwaardelijk en er wordt rekening gehouden met het voorarrest.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor meerdere woninginbraken en pogingen daartoe.