De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek tot wijziging van de bewindvoerder van een rechthebbende die in korte tijd drie verschillende bewindvoerders had gehad. Rechthebbende had klachten ingediend over de bewindvoerder, met name over onvoldoende voortvarendheid en slechte communicatie. De kantonrechter stelde vast dat het dossier bij aanvang slecht was overgedragen en dat de bewindvoerder veel tijd nodig had om orde te scheppen.
De bewindvoerder had contact gezocht met instanties en hulpverleners, maar door omstandigheden zoals het ontbreken van medewerking van de gemeente en de persoonlijke situatie van rechthebbende was het proces moeizaam. De kantonrechter vond dat de bewindvoerder niet voldoende voortvarend had gehandeld, maar erkende dat de communicatie sinds een gezamenlijk gesprek met rechthebbende, hulpverlening en zoon sterk was verbeterd.
De kantonrechter wees ook op het belang van een stabiele situatie voor rechthebbende en besloot daarom het verzoek tot wijziging van bewindvoerder aan te houden voor een proefperiode van een half jaar. Partijen moeten uiterlijk 1 januari 2014 rapporteren over hun samenwerking. De klachten over de aanvankelijke tekortkomingen werden gegrond verklaard, de overige klachten afgewezen.