ECLI:NL:RBOBR:2013:6460
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.G. van den Broek
- H.M.H. de Koning
- F.M. Tadic
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij verlaging maximumsnelheid A270
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant om de maximumsnelheid op de provinciale weg A270 te verlagen naar 100 km/h tussen km 6.460 en km 9.750, met uitzondering van de nachtelijke uren waarop 130 km/h geldt.
Eiser stelde zich op het standpunt dat hij als dagelijks gebruiker van het wegvak belanghebbende was en voerde aan dat het verkeersbeeld onrustig is en er regelmatig ongelukken plaatsvinden. De rechtbank toetste echter of eiser zich voldoende onderscheidde van andere weggebruikers om als belanghebbende te worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet in voldoende mate onderscheidde van andere weggebruikers en dat zijn woning niet in de directe omgeving van het wegvak ligt, zodat het besluit geen directe gevolgen voor hem heeft. Daarom werd eiser niet als belanghebbende beschouwd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wees ook op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat alleen personen met een bijzonder, individueel belang bij een verkeersbesluit als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende.