AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling senior belastingadviseur wegens opzettelijk onjuiste aangifte inkomstenbelasting 2009
Verdachte, een ervaren senior belastingadviseur, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2009 het gehele pand tot zijn ondernemingsvermogen gerekend, terwijl hij slechts eigenaar was van de helft. Hierdoor werd een te laag verzamelinkomen en een te lage belastbare winst opgegeven, wat leidde tot een belastingnadeel van €46.036.
De verdediging voerde aan dat verdachte een pleitbaar standpunt had en dat de aangifte juist was, mede omdat verdachte en zijn partner een notarieel samenlevingscontract hadden en fiscaal partner waren. De rechtbank oordeelde echter dat de gelijkstelling van fiscale partners in de Wet IB 2001 niet ziet op vermogensetikettering en dat verdachte als fiscaal deskundige had moeten weten dat zijn standpunt niet verdedigbaar was.
De rechtbank verwierp het verweer dat de officier van justitie niet-ontvankelijk was en dat de verklaringen van verdachte niet als bewijs konden dienen. Op basis van de feiten en omstandigheden werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk een onjuiste aangifte had gedaan. De rechtbank legde een werkstraf van 100 uur en een geldboete van €13.000 op, waarbij werd afgezien van een vrijheidsstraf vanwege persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en een geldboete van €13.000 wegens opzettelijk doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting 2009.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal , opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar Bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de Belastingdienst/ Fiod kantoor Eindhoven dossiernummer 49902, aantal genummerde pagina’s 223, op ambtseed opgemaakt 26 oktober 2012
2.Bijlage document D-006 uittreksel handelsregister
3.Bijlage document D-005 brief verdachte aan de belastingdienst dd 31 oktober 2011
4.Bijlage document D-014 koopovereenkomst dd 24 november 2007
5.Bijlage document D-008 leveringsacte dd 25 januari 2008
6.Bijlage document D-026 samenlevingscontract dd 1 maart 2001
7.Bijlage document D-003 brief verdachte aan de Belastingdienst dd 14 april 2011
8.Bijlage document D-018 specificatie verbouwingskosten
9.Bijlage Document D-012, p. 101.
10.Bijlage document D-001, ambtsedige verklaring d.d. 23 januari 2012.
11.Bijlage document D-031 verklaring belastingdienstmedewerker [persoon 3] dd 7 augustus 2012
12.Bijlage document D-002 brief belastingdienst aan verdachte dd 23 februari 2011 en D-004 idem dd 17 augustus 2011
13.Bijlage document D-003 brief verdachte aan de belastingdienst dd 14 april 2011 en D-005 idem dd 31 oktober 2011
14.Bijlagen documenten D-002 en D-004, brieven belastingdienst aan verdachte dd 23 februari 2011 resp 17 augustus 2011
15.Bijlagen documenten D-003 en D-005 brieven verdachte aan belastingdienst dd 14 april 2011 resp 31 oktober 2011
16.Bijlage document D-021, Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Inkomstenbelasting, aantekening 6.9.3 bij artikel 3.8
17.Bijlage document Besluit Staatssecretaris van Financiën van 30 november 2001, CPP2001/3035M, BNB 2002/50 ([document]) en V-N 20001/65.2
18.Brief van de raadsman aan het openbaar ministerie, 15 mei 2013, p.2
19.HR 8 juli 1985, NJ 1986, 358
20.Relatievermogensrecht geschetst, Ars Aequi 2007, W.M. Schrama: Relatievermogensrecht voor ongehuwde samenlevers, p 161/162
21.ibidem, p 168
22.Prof. mr. A.R. de Bruijn: Het Nederlandse Huwelijksvermogensrecht, 5e druk, 2012, p 384 evv
23.Hoge Raad 14 november 2008 CLI:NL:HR 2008:BD0181