Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Ten aanzien van de feiten 1 en 2.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek voorarrest;
- opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] betreffende immateriële schade van € 15.000,--, immateriële schade van € 2.000,-- en materiële schade van € 250,--. Ten aanzien van het overige deel van de vordering is de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
30 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27