Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 02/206897-12
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het in vereniging plegen van vier pogingen tot diefstal met braak door middel van plofkraken op geldautomaten. De pogingen betroffen het plaatsen van een gasmengsel van zuurstof en acetyleen in geldautomaten met het oogmerk dit te ontsteken en zo een ontploffing te veroorzaken. Hoewel geen ontploffing heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was bij deze pogingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het te duchten levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, omdat onvoldoende bewijs was dat dit gevaar voorzienbaar was. De verdediging voerde aan dat sprake was van medeplichtigheid en geen medeplegen, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte een actieve en essentiële rol had, waaronder het besturen van voertuigen en het forceren van toegangsdeuren.
Naast de plofkraken werd verdachte ook veroordeeld voor diefstal van drie personenauto's en andere strafbare feiten. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en toezicht van de reclassering. Tevens werd de inbeslaggenomen personenauto verbeurd verklaard. Vorderingen van benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met verbeurdverklaring van een personenauto.