ECLI:NL:RBOBR:2013:6691
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf voor poging tot plofkraken en diefstal met braak
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het in vereniging plegen van vier pogingen tot diefstal met braak door middel van plofkraken op geldautomaten, gepleegd in verschillende plaatsen tussen maart en mei 2013. Verdachte en medeverdachten probeerden geldautomaten te laten ontploffen met een gasmengsel van zuurstof en acetyleen, wat gevaar voor goederen opleverde. Daarnaast zijn andere diefstallen met braak en verduistering bewezen verklaard.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het onderdeel levensgevaar bij de pogingen tot ontploffing, omdat onvoldoende bewijs bestond dat levensgevaar daadwerkelijk voorzienbaar was. De rechtbank oordeelde dat de pogingen tot plofkraken wel bewezen zijn en dat verdachte een leidinggevende rol vervulde. De strafmaat is bepaald op 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en toezicht door de reclassering.
De rechtbank wees de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen af wegens onvoldoende onderbouwing en verwees hen naar de civiele rechter. De straf is lager dan de eis van 48 maanden gevangenisstraf, omdat levensgevaar niet bewezen kon worden. De straf is mede bedoeld om normhandhaving te waarborgen en herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht, voor poging tot plofkraken en diefstal met braak.