Eiser heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie opgevraagd bij verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel. Nadat verweerder bij het primaire besluit informatie verstrekte, werd het bezwaar van eiser gegrond verklaard in het bestreden besluit. Echter, verweerder had nagelaten om proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toe te kennen, ondanks dat eiser hierom had verzocht.
Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit vernietigd moest worden voor zover verweerder niet had beslist op het verzoek om vergoeding van proceskosten in bezwaar. De rechtbank stelde vast dat de behandeling van de bezwaar- en beroepsprocedure als gemiddeld moest worden aangemerkt en wees de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toe op €472,00.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder ook tot vergoeding van de proceskosten in de beroepsfase, eveneens vastgesteld op €472,00. Tevens werd verweerder opgedragen het door eiser betaalde griffierecht van €160,00 te vergoeden. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit en maakte melding van de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.