Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 20/000030-10
[verdachte],
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Vrijspraak ten aanzien van feit 1 primair en feit 1 subsidiair.
Bewijs ten aanzien van feit 2.
- Ten aanzien van de bemonstering van de schroefdraad op het pistool (#02) concludeert het NFI dat de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek veel waarschijnlijker zijn als de bemonstering celmateriaal van verdachte bevat dan wanneer de bemonstering géén celmateriaal van verdachte bevat.
- Ten aanzien van de bemonstering van de binnenzijde van het pistool (#10) concludeert het NFI dat de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek veel waarschijnlijker zijn als de bemonstering celmateriaal van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (en twee willekeurige personen) bevat dan wanneer de bemonstering celmateriaal van medeverdachte [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen bevat en
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 20/000030-10.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
6 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.