Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 13/650876-12
[verdachte],
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Vrijspraak ten aanzien van feit 1 primair en feit 1 subsidiair.
Bewijs ten aanzien van feit 2.
- Ten aanzien van de bemonstering van de patroonhouder die in het pistool zat (#06) concludeert het NFI dat de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn als de bemonstering celmateriaal van verdachte en drie onbekende personen bevat dan wanneer de bemonstering geen celmateriaal van verdachte (maar wel van vier onbekende personen niet aan elkaar verwant of aan verdachte) bevat.
- Ten aanzien van de bemonstering van de binnenzijde van het pistool (#10) concludeert het NFI dat de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn als de bemonstering celmateriaal van verdachte en drie onbekende personen bevat dan wanneer de bemonstering geen celmateriaal van verdachte (maar wel van vier onbekende personen niet aan elkaar verwant of aan verdachte) bevat.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Meerderjarigen/minderjarigensanctierecht.
Alles overziend zal de rechtbank het meerderjarigensanctierecht toepassen op de bewezenverklaring (aldus ook voor het deel dat ziet op verdachtes minderjarige leeftijd), gelet op de ernst van het bewezen verklaarde strafbare feit en de persoon van de verdachte.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 13/650876-12.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
6 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.