ECLI:NL:RBOBR:2013:6982
Rechtbank Oost-Brabant
- Raadkamer
- mr. Damen
- mr. Renneberg
- mr. Wiertz-Wezenbeek
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen afwijzing verzoek getuigenverhoor na beëindiging strafzaak ongegrond verklaard
De raadsman van verdachte diende op 11 oktober 2013 een verzoek in bij de rechter-commissaris om een getuige te horen op grond van artikel 182 Sv Pro. Dit verzoek werd door de rechter-commissaris afgewezen. Hiertegen werd op 11 november 2013 een bezwaarschrift ingediend, dat op 18 december 2013 in de raadkamer werd behandeld.
De rechtbank had op 22 oktober 2010 de strafzaak tegen verdachte beëindigd verklaard op grond van artikel 36 Sv Pro. Hierdoor is artikel 255 Sv Pro van toepassing voor eventuele nadere vervolging en opsporingsonderzoek. Artikel 255 lid 3 Sv Pro bepaalt dat een verdachte niet opnieuw kan worden gedagvaard zonder een nieuw opsporingsonderzoek, en lid 4 stelt dat dit onderzoek alleen kan plaatsvinden na machtiging van de rechter-commissaris.
In deze zaak was geen sprake van een machtiging van de rechter-commissaris voor een nieuw opsporingsonderzoek, noch was verdachte opnieuw gehoord. Hierdoor voldeed het verzoek niet aan de vereisten van artikel 182 Sv Pro en werd het terecht afgewezen. De raadkamer verklaarde het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de afwijzing van het verzoek tot getuigenverhoor wordt ongegrond verklaard.