Eiser, sinds 1977 in dienst bij de gemeente ’s-Hertogenbosch, werd geconfronteerd met het voornemen tot eervol ontslag wegens opheffing van zijn functie als gevolg van een reorganisatie binnen de afdeling Stadstoezicht. Dit volgde op een raadsbesluit tot bezuinigingen en het terugbrengen van de formatie met vier fte.
De rechtbank toetste het bestreden besluit van 26 juni 2013, waarin het bezwaar van eiser tegen het ontslag werd afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de opheffing van de functie gebaseerd was op louter zakelijke en objectieve gronden, waaronder de kwetsbaarheid van de functie bij invulling door één medewerker en het outsourcen van taken.
Eiser voerde aan dat zijn functie niet was opgeheven omdat de werkzaamheden nog steeds bestonden, zij het verdeeld over meerdere personen en een extern bureau. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar jurisprudentie dat het samenstel van werkzaamheden ook kan veranderen van plaats en organisatie.
Daarnaast stelde eiser dat het uitbesteden aan het bureau de Kermisgids onterecht was vanwege vermeende malversaties, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat dit de noodzaak tot opheffing van de functie niet wegneemt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat verweerder eervol ontslag mocht verlenen per 5 juni 2014 met inachtneming van een re-integratiefase.