ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8978
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over levering strook grond en verbeurde dwangsommen
In deze zaak staat een executiegeschil centraal over een vonnis van 24 maart 2010, waarbij eiser is veroordeeld tot levering van een strook grond aan gedaagden, onder verbeurte van dwangsommen. Eiser vordert in kort geding dat gedaagden worden verboden tot executie van dit vonnis over te gaan, met name van de dwangsommen, wereldwijd en onder verbeurte van een dwangsom.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het geschil internationale aspecten kent omdat eiser in België woont, maar bevestigt de Nederlandse rechter bevoegd is voor zover de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvindt. De inhoudelijke beoordeling richt zich op de vraag of eiser heeft voldaan aan de hoofdveroordeling tot levering. Uit de feiten blijkt dat eiser niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht om tot levering te komen, mede door het voorkeursrecht van de gemeente en de eisen van gedaagden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vonnis niet op een juridische of feitelijke misslag berust en dat er geen noodtoestand is die executie verbiedt. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt omdat de dwangsommen reeds zijn verbeurd en alleen de rechter die deze heeft opgelegd bevoegd is tot aanpassing. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op executie van het vonnis en de dwangsommen wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.