ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ0022
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot betaling advocaatkosten na begrotingsprocedure
De zaak betreft een vordering van een besloten vennootschap (eiseres) tot betaling van declaraties voor verrichte werkzaamheden aan twee gedaagden. De rechtbank oordeelde dat eiseres ontvankelijk is in haar vordering jegens gedaagde 2, ondanks eerdere verstekverlening, omdat de vennootschap de rechtshandelingen van de vennootschap in oprichting heeft bekrachtigd.
De inhoudelijke verweren van gedaagde 1 tegen de vordering werden eerder verworpen. Gedaagde 2 voerde geen inhoudelijk verweer. De raad van toezicht van de Amsterdamse Orde van Advocaten heeft de declaraties van eiseres begroot en de rechtbank heeft deze begrotingsbeslissing gevolgd. Gedaagden kregen ruim de gelegenheid om commentaar te leveren, maar maakten hier geen gebruik van.
De rechtbank veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van €21.529,22 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 juli 2007, en legde de proceskosten grotendeels bij de verliezende partij. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde 1 en 2 worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €21.529,22 plus wettelijke rente aan eiseres.