ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ0842
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij weigering fietsvervoer door luchtvaartmaatschappij
Eiser vordert schadevergoeding van luchtvaartmaatschappij Vueling Airlines omdat zijn fiets niet werd meegenomen op een vlucht ondanks dat vervoer van de fiets in het ticket was inbegrepen. De fiets werd geweigerd bij de veiligheidscontrole op de luchthaven, waardoor eiser extra kosten maakte.
De kantonrechter te Eindhoven stelt vast dat de vordering binnen de Europese procedure voor geringe vorderingen valt, maar dat op grond van artikel 15 lid 3 EEX Pro-Verordening luchtvaartzaken zijn uitgesloten van de woonplaatsbevoegdheid van de consument. Hierdoor is de kantonrechter te Eindhoven onbevoegd.
Op grond van artikel 5 EEX Pro-Vo en jurisprudentie van het Hof van Justitie is de bevoegde rechter die van de plaats van vertrek of aankomst van de vlucht. In deze zaak is dat de rechtbank Noord-Holland, sectie kanton, locatie Haarlem.
Hoewel de EPGV-Vo geen doorzendplicht kent, acht de kantonrechter op grond van artikel 6 EVRM Pro en analoge toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het doorverwijzen van de zaak passend. De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Noord-Holland, sectie kanton, locatie Haarlem.