ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2108
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing beslag en onbevoegdheid rechter voor vordering ex artikel 843a Rv
In deze kortgedingprocedure vorderen Unilux Nederland B.V. en Unilux Specials B.V. (eiseressen) de opheffing van conservatoir beslag dat Metaco Inc. (gedaagde) heeft gelegd op hun handelsvoorraad en andere roerende zaken. Het geschil betreft een koopovereenkomst van 29 juli 2011 waarbij Unilux een bestelling plaatste bij Metaco voor op maat gemaakte horren. Unilux heeft de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling en/of bedrog, terwijl Metaco een schadevergoedingsvordering instelde bij de rechtbank te Tokyo, Japan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft voor de vordering ex artikel 843a Rv vanwege een forumkeuzeclausule in de basisovereenkomst die exclusieve jurisdictie aan de rechtbank te Tokyo toekent. De overige vorderingen tot opheffing van beslag worden afgewezen omdat Unilux onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering van Metaco ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter weegt het belang van Metaco om verhaal te verzekeren zwaarder dan het belang van Unilux bij opheffing van het beslag.
Daarnaast wordt overwogen dat het beslag terecht is gelegd, ook al zijn er bezwaren over de toerekening van bepaalde goederen aan Unilux Specials. De gevorderde zekerheidstelling door Unilux wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing van schade. Unilux c.s. worden veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechter verklaart zich onbevoegd voor de vordering ex artikel 843a Rv en wijst de overige vorderingen tot opheffing van beslag af.