ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2257

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
191325 / HA ZA 09-805
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedure over deskundigenrapport en incident omtrent onpartijdigheid deskundige

In deze civiele procedure heeft de rechtbank Oost-Brabant een deskundige benoemd om een rapport op te stellen. De gedaagde heeft een incident ingediend waarin zij de onpartijdigheid en deskundigheid van deze deskundige betwist. Zij verzoekt de rechtbank om de deskundige te ontheffen en een nieuwe deskundige te benoemen.

De rechtbank heeft het incident aangehouden totdat het deskundigenrapport is gedeponeerd. Uit het rapport blijkt dat de deskundige niet heeft gereageerd op de kritiek over zijn taakuitvoering, maar wel uitvoerig op de inhoudelijke kritiek op zijn bevindingen. De rechtbank acht een nadere reactie van de deskundige noodzakelijk om te beoordelen of de kritiek op de taakuitvoering reden is om het rapport niet te betrekken.

Gezien de complexiteit en het aantal resterende geschilpunten gelast de rechtbank een comparitie van partijen in aanwezigheid van de deskundige. Partijen worden verzocht hun verhinderdata door te geven. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan totdat deze comparitie heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en gelast een comparitie met de deskundige.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 191325 / HA ZA 09-805
Vonnis van 27 februari 2013
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. J. van Zinnicq Bergmann te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J.A.A. van der Weijst te Schijndel.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde]. genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 september 2011 (hierna: het tussenvonnis);
- akte van de zijde van [eiser];
- de incidentele conclusie tot het benoemen van een nieuwe deskundige met producties van de zijde van [gedaagde].;
- de antwoordconclusie met producties van de zijde van [eiser];
- het deskundigenbericht;
- de conclusie na deskundigenbericht met producties van de zijde van [eiser];
de antwoordconclusie na deskundigenbericht met producties van de zijde van [gedaagde].
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
In conventie en in reconventie
2.1. vooraf Bij tussenvonnis heeft de rechtbank een deskundige benoemd en de door hem te beantwoorden vraagstelling geformuleerd.
2.2. De deskundige heeft ter rolle van 21 maart 2012 zijn rapport ter griffie gedeponeerd.
2.3. incident zijdens [gedaagde].
[gedaagde]. heeft ter rolle van 1 februari 2012 een incident aanhangig gemaakt dat -kort gezegd- ertoe strekte dat de rechtbank de bij tussenvonnis benoemde deskundige ontheft van zijn opdracht en bij incidenteel vonnis een nieuwe deskundige benoemt. [gedaagde]. heeft aan haar vordering in essentie ten grondslag gelegd dat de deskundige diverse verwijten kunnen worden gemaakt in de wijze van de uitvoering van de aan hem verstrekte opdracht. Ten gevolge daarvaan heeft [gedaagde]. het vertrouwen in zijn onpartijdigheid en deskundigheid verloren, aldus [gedaagde].
2.4. [eiser] heeft zich verweerd tegen voornoemde incidentele vordering en heeft daartoe -kort gezegd- aangevoerd dat hij de verwijten van [gedaagde]. aan het adres van de deskundige in het geheel niet deelt.
2.5. De rechtbank heeft de beslissing in het onderhavige incident aangehouden totdat de deskundige, zoals inmiddels is geschied, zijn eindrapport ter griffie heeft gedeponeerd. De rechtbank leidt uit de deskundigenrapport af dat de deskundige daarin niet heeft gereageerd op de kritiek van [gedaagde]. ten aanzien van de wijze waarop de deskundige van zijn taak heeft gekweten. Wel heeft de deskundige in het rapport meer dan uitvoerig gereageerd op de inhoudelijke kritiek van de [gedaagde]. op de bevindingen van de deskundige.
2.6. Voor de beantwoording van de vraag of de kritiek van [gedaagde]. ten aanzien van de wijze waarop de deskundige zijn taak heeft uitgevoerd ertoe leidt dat de rechtbank de bevindingen van de deskundige reeds daarom niet in haar beoordeling kan betrekken, is naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval een nadere reactie van de deskundige benodigd op de hierna vermelde wijze.
2.7. inhoud deskundigenbericht
Voorts stelt de rechtbank vast dat [gedaagde]. bij conclusie na deskundigenbericht diverse kritiekpunten heeft geuit op de bevindingen van de deskundige. De rechtbank zal de beoordeling van deze kritiekpunten evenwel opschorten totdat op voornoemd incident zal zijn beslist.
2.8. comparitie
De rechtbank ziet in het vorenstaande, de stand waarin het geding zich thans bevindt, de lange weg die partijen in deze procedure reeds hebben gevolgd en het aantal resterende geschilpunten termen wederom een comparitie van partijen in het bijzijn van de deskundige te gelasten.
2.9. De rechtbank stelt zich voor dat deze comparitie in het bijzonder zal worden benut ter bespreking van de navolgende punten:
1. het door [gedaagde]. opgeworpen incident en de reactie daarop van de zijde van de deskundige;
2. de bevindingen van de deskundige en de conclusie na deskundigenbericht van partijen;
3. de wijziging van eis in conventie van [eiser] met betrekking tot de door hem als gevolgschade aangemerkte posten;
4. het beproeven van een schikking en het verder verloop van de procedure.
2.10. Alvorens een datum, plaats en tijdstip van comparitie te bepalen, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen bij nader in het dictum te noemen akte hun verhinderdata in de maanden maart, april en mei 2013 aan de griffie van de rechtbank te doen toekomen. [eiser] wordt daarbij tevens verzocht een opgave te doen van de verhinderdata in die periode van de deskundige.
2.11. Het vorenstaande leidt tot de navolgende beslissing.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1. verwijst de zaak naar de rol van woensdag 13 maart 2013 voor akte met het hiervoor onder 2.10 weergegeven doel;
3.2. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mans en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2013.