ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2689
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bewindvoerders om vermogen op eigen naam te plaatsen ter verlaging AWBZ-bijdrage
De bewindvoerders hebben verzocht om toestemming om het spaarbedrag boven de belastingvrije voet van €23.201,- van de rekening van de rechthebbende over te boeken naar een spaarrekening op hun eigen naam. Dit zou de eigen bijdrage voor de AWBZ op het niveau van 2012 houden.
De kantonrechter merkt op dat het vermogen van de rechthebbende te allen tijde op diens naam moet staan en dat het verplaatsen van vermogen naar een rekening op naam van de bewindvoerders een verkeerde voorstelling van zaken geeft aan het CAK, wat een frauduleuze handeling oplevert volgens art. 225 Sr Pro.
Hoewel dit een reden zou kunnen zijn om de bewindvoerders te ontslaan, zijn er geen aanwijzingen dat zij slechte bedoelingen hebben. De kantonrechter wijst het verzoek af omdat medewerking aan deze constructie niet mogelijk is volgens artikel 1:441 BW Pro.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek van de bewindvoerders om vermogen op eigen naam te plaatsen ter verlaging van de AWBZ-bijdrage wordt afgewezen.