ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4200
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wethouder voor valsheid in geschrifte met voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf
Verdachte, toenmalig wethouder van ruimtelijke ordening, heeft in november 2009 een brief namens de gemeente laten opstellen en ondertekend waarin onterecht werd gesteld dat een bouwvergunning was verleend voor een champignonkwekerij. Deze brief was bedoeld om een subsidieaanvraag te ondersteunen, terwijl de vergunning nog niet was verleend.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met het oogmerk om de brief als echt te laten gebruiken, deze valselijk heeft opgemaakt. Medeverdachte, een projectleider vastgoed, heeft de brief getypt, maar de rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen omdat niet vaststond dat medeverdachte wist dat de vergunning niet was verleend.
Verdachte erkende dat hij wist dat de inhoud niet waar was, maar beriep zich op de verwachting dat de vergunning spoedig zou worden verleend. De verdediging voerde aan dat er geen misleidingsopzet was en dat de brief geen bewijsstuk was, maar de rechtbank verwierp deze argumenten.
De rechtbank hield rekening met het ontbreken van persoonlijk gewin, het ontbreken van recidive en de lange ambtelijke staat van dienst van verdachte. Gezien de ernst van het feit en de publieke functie van verdachte, werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar opgelegd, naast een onvoorwaardelijke werkstraf van 120 uur.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 120 uur werkstraf wegens valsheid in geschrifte.