ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4213
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van wetenschap over valsheid bouwvergunningbrief
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van valsheid in geschrift door het opstellen van een brief waarin onterecht werd vermeld dat de gemeente een bouwvergunning had verleend aan een champignonkwekerij. De officier van justitie achtte bewezen dat verdachte en haar medeverdachte bewust handelden met het oogmerk het geschrift als echt te gebruiken.
Uit het dossier bleek dat verdachte de brief had getypt op verzoek van de wethouder, die de brief ook had ondertekend. Verdachte wist dat de vergunning ambtelijk nog niet was verleend, maar ging ervan uit dat het college van burgemeester en wethouders een afwijkend besluit had genomen. De besluitenlijst van de collegevergadering was op dat moment nog niet beschikbaar, waardoor verdachte niet kon controleren of de vergunning was verleend.
De verdediging stelde dat verdachte mocht afgaan op de mededelingen van de wethouder en dat er geen sprake was van nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet de wetenschap had dat de inhoud van de brief vals was en sprak haar vrij van de ten laste gelegde valsheid in geschrift.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap over de valsheid van de bouwvergunningbrief.