ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4217
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.B.M. Bruens
- M. Senden
- E.M.J. Raeijmaekers
- Rechtspraak.nl
Verlenging plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens matig tot hoog recidiverisico
De veroordeelde is sinds 2009 geplaatst in een inrichting voor jeugdigen vanwege verkrachting en poging tot zware mishandeling. Na eerdere verlenging van de maatregel met één jaar in 2012, is nu opnieuw een verzoek tot verlenging ingediend. Het verlengingsadvies van de kliniek wijst op een matig tot hoog recidiverisico, veroorzaakt door een lacunaire gewetensontwikkeling, impulsiviteit en narcistische afweermechanismen. De behandeling richt zich op het vergroten van copingvaardigheden en frustratietolerantie.
De veroordeelde ervaart de behandeling als teleurstellend en worstelt met de leefgroep, die hij als onveilig ervaart. Hij heeft de creatieve therapie stopgezet en twijfelt aan zijn motivatie voor verandering. De deskundige bevestigt de beperkte intrinsieke motivatie en benadrukt de noodzaak van verdere behandeling en begeleid verlof om resocialisatie te bevorderen.
De ouders uiten hun teleurstelling over het verlengingsadvies en vrezen dat de maatregel hun zoon beschadigt. De officier van justitie beperkt de vordering tot één jaar om de voortgang te monitoren. De raadsman pleit voor beëindiging of beperking van de maatregel, wijzend op het negatieve effect van de langdurige plaatsing.
De rechtbank volgt het advies van de kliniek en de toelichting van de deskundige en besluit tot verlenging van de maatregel met één jaar. De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid rechtvaardigen deze verlenging, die tevens in het belang is van de verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank benadrukt het belang van voortzetting van de behandeling en het resocialisatietraject.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de plaatsing van de veroordeelde in een inrichting voor jeugdigen met één jaar.