ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4429
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongedaanmaking onrechtmatige BKR-registraties wegens wanprestatie door kredietverstrekker
Eiser sloot in 2006 een kredietovereenkomst met Primeline, de rechtsvoorganger van LaSer, inclusief een verzekering (PPP) voor betaling bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Na een ongeval in 2007 werd eiser arbeidsongeschikt en ontstond een geschil over dekking van het PPP. LaSer incasseerde krediettermijnen, ondanks onduidelijkheid over de vordering en dekking.
Na een minnelijke regeling in januari 2011 betaalde eiser € 20.000 aan LaSer. Eiser vorderde vervolgens dat LaSer onrechtmatige BKR-registraties (codes A, 2 en 3) zou verwijderen, omdat deze onjuist waren en wanprestatie vormden. LaSer verweerde zich met verwijzing naar de overeenkomst en de hoogte van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat LaSer de coderingen 2 en 3 ongedaan moest maken omdat registratie code 2 onterecht bleef na erkenning PPP-dekking en code 3 onrechtmatig was vanwege onduidelijkheid over de vordering en onvoldoende onderbouwing door LaSer. Code A werd niet ongedaan gemaakt omdat eiser vanaf herstel niet aan betalingsverplichtingen voldeed. LaSer werd veroordeeld tot kosten en een dwangsom opgelegd voor niet-naleving.
Uitkomst: LaSer wordt veroordeeld tot het ongedaan maken van BKR-coderingen 2 en 3 en betaling van proceskosten, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.