ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ5544
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G. Vos
- E.C.M. de Klerk
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf wegens poging zware mishandeling van eigen kind
Op 1 augustus 2011 heeft verdachte zijn drie maanden oude zoon meerdere keren krachtig heen en weer geschud en hem vanaf circa 30 centimeter hoogte op een commode laten vallen. Hierdoor heeft het kind subdurale bloedingen en een schedelbreuk opgelopen. Forensisch medisch onderzoek bevestigde dat het letsel het gevolg was van niet-accidenteel trauma.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf wegens poging doodslag, stellende dat verdachte de aanmerkelijke kans op overlijden van zijn kind heeft aanvaard. De verdediging betoogde dat slechts opzet op zwaar lichamelijk letsel bewezen kon worden. De rechtbank oordeelde dat poging doodslag niet wettig en overtuigend was bewezen, maar dat poging zware mishandeling wel vaststond.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn berouw, het feit dat het een eenmalig incident betrof en dat verdachte adequaat medische hulp inschakelde. De rechtbank legde een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van twee jaar op, met bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en ambulante behandeling.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer, met wettelijke rente en een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-betaling. Materiële schadevergoeding werd afgewezen omdat de kosten reeds via gemeenschap van goederen waren gedekt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging doodslag en veroordeelde hem voor poging zware mishandeling, begaan tegen zijn kind.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor poging zware mishandeling met werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, vrijspraak van poging doodslag.