ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ5767
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake exploitatie sportkantine en beheer sportaccommodatie
Eiser vordert een voorlopige voorziening om toegang te krijgen tot het horecagedeelte van een sportaccommodatie en voortzetting van de samenwerking met de gemeente. De zaak betreft de vraag of tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten naast een overeenkomst tot het verrichten van diensten.
De rechtbank stelt vast dat de ouders van eiser het horecagedeelte jarenlang exploiteerden via een huurovereenkomst met de gemeente, welke in 2006 is beëindigd. Eiser heeft een overeenkomst tot het verrichten van diensten gesloten met de gemeente voor beheer van de sporthal en exploitatie van het café, met een vergoeding van €700 per maand. Eiser stelt dat er ook een mondelinge huurovereenkomst is gesloten voor het café, maar kan dit niet aannemelijk maken.
De kantonrechter oordeelt dat het horecagedeelte feitelijk in gebruik is gegeven, maar dat eiser geen concrete, voldoende bepaalbare tegenprestatie voor het gebruik heeft geleverd. De gemeente heeft het algemeen belang gemotiveerd met het streven naar een budgettair neutrale exploitatie. De niet-naleving van jaarlijkse evaluaties leidt niet tot voortzetting van de overeenkomst.
Daarom wordt de voorlopige voorziening afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.