ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ7886
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J.W. Hermans
- H.A. van Gameren
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf voor bezit en voorbereiding van harddrugs en drugsvloeistoffen
Op 23 december 2012 werd verdachte te Eindhoven aangehouden met aanzienlijke hoeveelheden harddrugs zoals amfetamine, cocaïne en xtc-pillen. Tevens werden in zijn woning grondstoffen voor de vervaardiging van amfetamine aangetroffen. Verdachte gaf aan drugs voor eigen gebruik en opslag voor een derde te hebben, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Tijdens het politieonderzoek werd aan verdachte een verhoorvraag gesteld zonder voorafgaande cautie, wat een schending van artikel 359a Sv opleverde. Het antwoord op die vraag werd uitgesloten van bewijs. De rechtbank oordeelde echter dat de verdere bewijsvoering, waaronder de doorzoeking onder leiding van de rechter-commissaris, rechtmatig was en voldoende bewijs leverde.
De verdediging voerde aan dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat verdachte niet wist van de BMK en zwavelzuur in zijn woning, wat tot vrijspraak van het voorbereidingsfeit zou moeten leiden. De rechtbank verwierp deze stellingen en achtte verdachte strafbaar voor bezit en voorbereiding van harddrugs.
Gelet op de ernst van de feiten, de grote hoeveelheden drugs en eerdere veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van voorarrest. Het inbeslaggenomen geldbedrag werd aan verdachte teruggegeven omdat niet kon worden vastgesteld dat dit uit strafbare feiten was verkregen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor bezit en voorbereiding van harddrugs.