ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8330
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegverbod wegens lidmaatschap personeelsvertegenwoordiging en uitleg begrip personeelsvertegenwoordiging
Eiser trad op 1 oktober 2010 in dienst bij gedaagde als aftersales-manager en was sinds 12 april 2011 voorzitter van de personeelsvertegenwoordiging. Gedaagde kreeg op 29 oktober 2012 toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, waarna op 31 oktober 2012 de opzegging plaatsvond. Eiser was sinds 10 december 2012 arbeidsongeschikt en heeft tijdig beroep gedaan op vernietiging van de opzegging vanwege het wettelijke opzegverbod voor leden van de personeelsvertegenwoordiging.
Gedaagde voerde verweer dat het beroep op vernietiging niet tijdig en rechtsgeldig was en dat de personeelsvertegenwoordiging niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat er geen geheime schriftelijke stemming had plaatsgevonden. De kantonrechter oordeelde dat het beroep op vernietiging vormvrij is en dat de brief van 21 december 2012 voldoende duidelijk was om het beroep rechtsgeldig te achten. Ook stelde de kantonrechter vast dat de personeelsvertegenwoordiging, hoewel zonder formele stemming, door instemming van de overige werknemers en het overleg met de directie als zodanig in de zin van de WOR moet worden aangemerkt.
Daarom is het opzegverbod van artikel 7:670 lid 4 sub Pro 10 BW van toepassing en dient de opzegging haar werking te worden onthouden. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon/ziekengeld over februari 2013, het loon vanaf maart 2013 tot het einde van het dienstverband, vermeerderd met wettelijke verhogingen en rente. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende omvang. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging is vernietigd en gedaagde is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en loon over de resterende periode met wettelijke verhogingen en rente.