ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8523
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling politieaspirant voor poging tot doodslag bij aanhouding met vuurwapengebruik
Op 11 april 2011 vond een lange achtervolging plaats van een personenauto door politie, waarbij verdachte als politieaspirant betrokken was. Bij de aanhouding schoot verdachte eenmaal gericht op het bovenlichaam van het slachtoffer, die niet gewapend was, en veroorzaakte ernstig letsel.
De rechtbank achtte poging tot doodslag bewezen met voorwaardelijk opzet, omdat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel aanvaardde. Het beroep op noodweer werd verworpen omdat het vuurwapengebruik niet proportioneel was; het slachtoffer was ongewapend en er waren minder ingrijpende middelen beschikbaar. Daarnaast handelde verdachte in strijd met de Ambtsinstructie en de Politiewet, die strengere normen stellen aan vuurwapengebruik door politie.
De rechtbank hield rekening met de stressvolle situatie, het gedrag van het slachtoffer en het feit dat verdachte impulsief handelde zonder oogmerk tot doden. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 1 jaar en een immateriële schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer. De vordering van het slachtoffer voor een hoger bedrag werd grotendeels afgewezen wegens medeschuld en procesbelasting.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en €1.000 immateriële schadevergoeding wegens poging tot doodslag met disproportioneel vuurwapengebruik.