ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0550

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
01/839419-09
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14h SrArt. 14i SrArt. 14j SrArt. 77s SrArt. 77t Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel voor jeugdige medeplichtig aan doodslag en medepleger bedreiging

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch werd de jeugdige veroordeeld en geplaatst in een inrichting voor jeugdigen. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze plaatsing met tien maanden, wat werd behandeld op een besloten zitting.

De deskundigen rapporteerden een matig recidiverisico op basis van de SAVRY-score en benadrukten de noodzaak van een Scholings- en Trainingsprogramma (STP) van ten minste zes maanden om de resocialisatie te bevorderen. De jeugdige heeft grote vooruitgang geboekt binnen de inrichting, maar het risico op terugval bij teveel vrijheid en het ontbreken van een stabiele woonplek blijft aanwezig.

De verdediging stelde een kortere verlenging van zes maanden voor, stellende dat het STP niet strikt noodzakelijk is en dat vrijwillige nazorg voldoende zou zijn. De rechtbank verwierp dit voorstel en hechtte waarde aan het stapsgewijs resocialisatietraject met begeleiding door reclassering en maatschappelijk werk.

De rechtbank oordeelde dat de verlenging noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen en de optimale ontwikkeling van de jeugdige. De maatregel wordt daarom met tien maanden verlengd, conform het advies van de inrichting en de deskundigen.

Uitkomst: De PIJ-maatregel van de jeugdige wordt met tien maanden verlengd.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/839419-09
Beslissing verlenging plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
Beslissing in de zaak van de veroordeelde:
[jeugdige],
geboren te [geboorteplaats] op [1993],
verblijvende in de Justitiële Jeugdinrichting [naam kliniek].
Het onderzoek van de zaak.
Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 april 2011 is de veroordeelde geplaatst in een inrichting voor jeugdigen.
De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 25 maart 2013, strekt tot verlenging van de termijn van plaatsing van voornoemde veroordeelde voor de duur van
tien maanden.
Deze vordering is behandeld op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van deze rechtbank van 8 mei 2013.
Daarbij zijn de officier van justitie, de veroordeelde, haar moeder, haar raadsman en de deskundige gehoord.
In het dossier bevinden zich onder andere:
- het advies van mw. D. Winkelman, MSc, GZ-psycholoog, en mw. A. Koevoets, Algemeen Directeur JJI [naam kliniek], waar de veroordeelde verblijft, d.d. 14 februari 2013;
- de omtrent de geplaatste veroordeelde gehouden wettelijke aantekeningen;
- het persoonsdossier van de veroordeelde.
De beoordeling.
De vordering is tijdig ingediend.
De plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is toegepast terzake medeplichtigheid aan doodslag en medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:
'Inschatting recidiverisico.
Aan de hand van de SAVRY, afgenomen op 21 december 2012 is een inschatting gemaakt van het recidiverisico ten aanzien van geweldsdelicten. Uit de scoring van de SAVRY valt op te maken dat bij [terbeschikkinggestelde] een aantal van de historische risicofactoren als hoog/matig kritisch zijn gescoord. Deze zijn niet aan verandering onderhevig. Wat betreft de (dynamische) sociale/ contextuele/ individuele factoren is een positieve ontwikkeling te zien wat maakt dat deze factoren over het algemeen als matig/laag worden gescoord. Samenvattend wordt het risico op onttrekking dan wel herhaling van recidive van een geweldsdelict als matig beoordeeld. Uit de informatie die vermeld is in de werkhypothese van het tiende perspectiefplan (januari 2013) zijn enerzijds factoren af te leiden die een beschermende uitwerking hebben op de ontwikkeling van de jeugdige, de zogenaamde beschermende factoren. Anderzijds zijn er factoren werkzaam die een risico vormen voor haar ontwikkeling. Ten tijde van het toekomstige Scholings- en trainingsprogramma (STP) is van belang dat [jeugdige] een woonplek en dagbesteding heeft waarvoor ze gemotiveerd is. Verwacht wordt dat [jeugdige] in augustus/september 2013 de gestelde doelen binnen de geslotenheid van Eikenstein heeft behaald en dat ze voldoende terug kan vallen op interne sturing. Gezien de duur van de behandeling en de ernst van de problematiek, is ondersteuning van [jeugdige] middels een STP van tenminste zes maanden een vereiste om scholing/werk, wonen en vrijetijdsbesteding te kunnen waarborgen na haar verblijf in Eikenstein. Ten tijde van het STP is het van belang dat ze begeleid en ondersteund wordt door een reclasseringsambtenaar van Reclassering Nederland en de individueel trajectbegeleider en maatschappelijk werker van Eikenstein.
Kader voor continuering behandeling.
De behandeldoelen binnen de geslotenheid en structuur van Eikenstein zijn grotendeels behaald. Van belang is nu dat [jeugdige] gaat resocialiseren. Om [jeugdige] nog voldoende te kunnen ondersteunen en om te kunnen evalueren of [jeugdige] de geleerde vaardigheden ook in de praktijk kan brengen buiten de geslotenheid en structuur van Eikenstein, is het van belang haar tot augustus/september 2013 door middel van de meerdaags onbegeleide verlofstatus te resocialiseren. Vervolgens dient de resocialisatie voort te worden gezet in het kader van een STP waarbinnen wonen, dagbesteding, vrijetijdsbesteding en begeleiding gewaarborgd zijn.
Advies.
Het advies op basis van de ontwikkelingen en feiten is de PIJ-maatregel te verlengen met 10 maanden. Dit advies is opgebouwd uit de inschatting van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [jeugdige] en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, oftewel het recidivegevaar. Wat betreft de zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [jeugdige] is aan te raden [jeugdige] de gelegenheid te geven om nog te werken aan de genoemde aandachtspunten en tevens de resocialisatie in goede banen te leiden. Dit in de vorm van een Scholings- en trainingsprogramma (STP) van tenminste zes maanden, ingaande augustus/september 2013 met ondersteuning van Reclassering Nederland. Na het STP is aan te raden [jeugdige] op vrijwillige basis nazorg en ondersteuning aan te bieden. Inzake het recidivegevaar kan op basis van de resultaten van de SAVRY worden gesteld dat dit verlaagd is van hoog (SAVRY januari 2010) naar matig (SAVRY december 2012). Het hebben en behouden van een goede dagbesteding en woonvoorziening, waarbij [jeugdige] gemakkelijk gebruik kan maken van ondersteuning en waar [jeugdige] gemotiveerd voor is, heeft een verlagende werking op het recidiverisico.'
De deskundige mevrouw D. Winkelman, optredend namens voornoemd hoofd van de inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
[jeugdige] loopt het risico dat het mis gaat indien de PIJ-maatregel op dit moment wordt beëindigd. In het begin zal het nog goed gaan, maar voor [jeugdige] bestaan er valkuilen die samenhangen met teveel vrijheid, het missen van overzicht en niet op tijd kunnen bijsturen als ze problemen heeft. Daarbij komt dat voor haar nog geen goede woonruimte is gevonden. Voorts is het voortzetten van de therapie van Titan Praktijk, gericht op emotiebeleving en -regulatie, van belang voor [jeugdige]]. Ze moet leren goede keuzes te maken en ze moet iemand in de buurt hebben om haar bij te sturen. De schoolopleiding zou ze eventueel zelf kunnen betalen. Bij een goed behandeltraject moet [jeugdige] stapsgewijs resocialiseren. Dat kost nog een aantal maanden. Ze dient te blijven oefenen met aansturing en begeleiding. Het is heel belangrijk dat [jeugdige] een goed functionerend dag- en nachtritme heeft en dat haar dagstructuur op orde blijft.
De veroordeelde en de raadsman hebben onder meer aangevoerd:
De verdediging verzoekt de verlenging van de PIJ-maatregel te beperken tot een duur van zes maanden. Het traject met STP heeft meerwaarde, maar is niet strikt noodzakelijk. Mocht [jeugdige] na de beëindiging van de PIJ-maatregel hulp en begeleiding nodig hebben, dan weet zij dit op vrijwillige basis te vinden.
De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige. De rechtbank wijst het voorstel van de verdediging om een kortere verlenging van de PIJ-maatregel, te weten met zes maanden, af. [jeugdige] heeft een grote sprong voorwaarts gemaakt en is bijna aan het einde van de PIJ-maatregel. De rechtbank hecht grote waarde aan het inpassen van het STP in het resocialisatietraject, dat stapsgewijs dient te worden uitgevoerd.
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist, terwijl voorts deze maatregel in het belang van is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde voornoemd.
De wettelijke aantekeningen geven evenmin aanleiding tot een ander oordeel.
Gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 77s, 77t, 77u van het Wetboek van Strafrecht.
DE BESLISSING.
Verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met tien maanden.
Deze beslissing is gegeven op 8 mei 2013 door
mr. N.M. Spelt, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. W.M. Weerkamp, leden,
in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier.