ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0746
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap en ontruiming loods na beëindiging samenwoning
Partijen, voormalige samenwoners, zijn in geschil over de verdeling van hun gemeenschap van goederen, waaronder twee woningen, een loods, inboedel, een spaarhypotheekverzekering, een gezamenlijke bankrekening en geldleningen. De vrouw vordert onder meer de vaststelling van de verdeling volgens haar voorstel en ontruiming van de loods die zij bezit.
De rechtbank stelt vast dat de woningen en de hypothecaire schuld gemeenschappelijk zijn en wijst de woningen toe aan de vrouw, onder de voorwaarde dat zij de man ontslaat van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. De rechtbank bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering indien de man niet meewerkt. De loods wordt toegewezen aan de vrouw en de man wordt veroordeeld tot ontruiming met een dwangsom.
De man wilde aanvankelijk uitgaan van hogere taxatiewaarden, maar had ingestemd met een bindende taxatie. De rechtbank oordeelt dat de man in redelijkheid aan de lagere taxatiewaarden kan worden gehouden, mede gezien de economische omstandigheden en de peildatum van de verdeling.
De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen en wijst het meer of anders gevorderde af. Hiermee wordt de wijze van verdeling definitief vastgesteld en de ontruiming van de loods geregeld.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de gemeenschap vast, veroordeelt de man tot ontruiming van de loods en houdt hem aan de bindende taxatiewaarden van de woningen.