ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1424
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nietigverklaring testament wegens onvoldoende bewijs wilsonbekwaamheid erflaatster
Deze zaak betreft een geschil over de geldigheid van het testament van een overleden moeder, waarbij eiser stelt dat de erflaatster ten tijde van het testament wilsbekwaam was vanwege vermoedelijke Alzheimer. De erflaatster had in 2011 een testament laten opmaken waarin eiser en een zus werden onterfd ten gunste van de andere twee kinderen.
Eiser baseert zijn vordering op medische verklaringen en een gesprek met een behandelend arts, waaruit zou blijken dat de moeder leed aan Alzheimer en niet wilsbekwaam was. Gedaagden betwisten dit en leggen een geriatrisch rapport over dat geen harde diagnose Alzheimer bevestigt, maar eerder cognitieve problemen door depressie. Ook verklaringen van de notaris, een vriend en een makelaar ondersteunen dat de moeder helder was.
De rechtbank overweegt dat een diagnose Alzheimer niet automatisch wilsonbekwaamheid betekent en dat onvoldoende is aangetoond dat de moeder op het moment van het testament niet wilsbekwaam was. Het testament is een eenzijdige rechtshandeling die een op rechtsgevolg gerichte wil vereist, en de notaris heeft de wilsbekwaamheid gemotiveerd vastgesteld. De vordering tot nietigverklaring wordt daarom afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot nietigverklaring van het testament wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wilsonbekwaamheid.