ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1608
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter inzake toepassing hardheidsclausule Provinciale milieuverordening
Verweerder, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, heeft bij brief van 23 april 2013 artikel 10.11 van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 van toepassing verklaard op bepaalde verbodsbepalingen ten behoeve van de verplaatsing van een tankstation. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat artikel 10.11 van de verordening een zelfstandige bevoegdheid geeft om in individuele gevallen bepalingen buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken wegens onbillijkheid van overwegende aard, maar dat dit geen ontheffingsbevoegdheid is als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet milieubeheer (Wm). De verordening bevat een uitputtende regeling omtrent ontheffingen, waardoor een algemene ontheffingsbevoegdheid ontbreekt.
Daarom is de beslissing van verweerder geen besluit in de zin van artikel 1.3 Wm en kunnen rechtsmiddelen alleen worden aangewend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) op grond van artikel 20.1 Wm. De voorzieningenrechter is aldus onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening, dat met toepassing van artikel 6:15 Awb Pro zal worden doorgezonden aan de voorzitter van de ABRS.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening en zendt het verzoekschrift door naar de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.