ECLI:NL:RBOBR:2013:CA2363
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij vordering tot overname aandelen en onrechtmatig handelen in joint venture
In deze zaak vordert PME dat VIM wordt veroordeeld tot overname van aandelen in AAMC op grond van een Joint Venture Overeenkomst en subsidiair op grond van artikel 2:343 BW Pro. Daarnaast vordert PME verklaringen voor recht omtrent tekortkomingen en onrechtmatig handelen en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat PME geen partij is bij de Joint Venture Overeenkomst en dat er geen geldige contractsoverneming is, waardoor de forumkeuze in die overeenkomst niet op PME van toepassing is. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd voor de vorderingen die op deze overeenkomst zijn gebaseerd.
Voor de vorderingen tot overname van aandelen op grond van artikel 2:343 BW Pro en voor de onrechtmatige daad vorderingen is de rechtbank wel bevoegd, omdat de vennootschap AAMC en de schadeplaats in ’s-Hertogenbosch zijn gevestigd. De rechtbank wijst de vorderingen op grond van de Joint Venture Overeenkomst af wegens onbevoegdheid, wijst het overige af en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor vorderingen op grond van de Joint Venture Overeenkomst en wijst het overige af.