ECLI:NL:RBOBR:2013:CA2619
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens slecht bewindvoering door bewindvoerder
Verzoekster heeft een klacht ingediend tegen haar voormalige bewindvoerder wegens slecht bewind over de periode van april 2011 tot december 2012. Zij vordert vergoeding van bewindvoeringskosten, openstaande schulden en emotionele schade. De bewindvoerder betwist aansprakelijkheid en stelt dat zij haar taken naar behoren heeft uitgevoerd.
De kantonrechter overweegt dat alleen schadevergoeding kan worden toegekend indien de bewindvoerder niet als een goed bewindvoerder heeft gehandeld en daaruit schade is voortgevloeid. De gestelde bewindvoeringskosten zijn niet toerekenbaar aan de bewindvoerder, mede omdat verzoekster zelf verantwoordelijk is voor haar woonsituatie en de kosten vooraf zijn toegelicht.
Wat betreft de schulden is vastgesteld dat het niet aflossen daarvan niet automatisch schade oplevert, zeker niet als er geen extra kosten zoals incassokosten zijn gemaakt. Ook het niet aanmelden voor een WSNP-traject kan de bewindvoerder niet worden verweten gezien de woonsituatie van verzoekster.
Ten aanzien van emotionele schade is onvoldoende gesteld dat de bewindvoerder het oogmerk had om schade toe te brengen of dat verzoekster in haar persoon is aangetast. De communicatie was weliswaar moeizaam, maar dit rechtvaardigt geen vergoeding.
De kantonrechter concludeert dat de bewindvoerder zich als goed bewindvoerder heeft gedragen en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wegens slecht bewind wordt afgewezen wegens ontbreken van verwijtbare nalatigheid.