ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3282
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord en veroordeelde bedreiging met vuurwapen en wapenbezit
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder het voorhanden hebben van cocaïne, medeplegen van poging tot moord en bedreiging met een vuurwapen.
De rechtbank oordeelde dat de fouillering van verdachte in april 2010 onrechtmatig was omdat er geen ernstige bezwaren waren zoals vereist in artikel 9 van Pro de Opiumwet. Hierdoor werden de aangetroffen cocaïne en het bewijs daarvoor uitgesloten, wat leidde tot vrijspraak van het bezit van cocaïne.
Voor de poging tot moord en doodslag was onvoldoende bewijs aanwezig om verdachte te verbinden aan het steek- en schietincident. Het vereiste opzet kon niet worden bewezen, waardoor verdachte ook hiervoor werd vrijgesproken.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 18 juli 2010 bedreiging met een vuurwapen heeft gepleegd door in de lucht te schieten en dat hij een vuurwapen met munitie van categorie III voorhanden had. Gezien de ernst van deze feiten en eerdere veroordelingen voor bedreigingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 8 maanden op, iets lager dan het uitgangspunt van 9 maanden vanwege het tijdsverloop.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot moord en bezit van cocaïne, maar veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voor bedreiging met vuurwapen en wapenbezit.