ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3531
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch. Dunnewijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag tijdens huwelijk wegens ontbrekende inschrijving echtscheidingsbeschikking
In deze zaak verzoekt moeder het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind toe te wijzen, omdat de vader geen contact onderhoudt en gezamenlijke gezagsbeslissingen niet mogelijk zijn. De echtscheidingsbeschikking uit 2003, waarin het gezag aan moeder werd toegekend, is echter nooit ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Hierdoor zijn moeder en vader formeel nog gehuwd en oefenen zij gezamenlijk gezag uit volgens artikel 1:251 BW Pro.
De rechtbank constateert dat artikel 1:251a BW, dat eenhoofdig gezag mogelijk maakt tijdens het huwelijk, niet van toepassing is zolang het huwelijk niet is ontbonden. De rechtbank wijst het verzoek daarom af wegens gebrek aan een deugdelijke grondslag. Tevens wordt opgemerkt dat in het gezagsregister ten onrechte vermeld staat dat moeder alleen het gezag heeft, en dat dit wordt gecorrigeerd conform het Besluit Gezagsregisters.
De zaak is behandeld op zitting waarbij moeder en een vertegenwoordiger van de William Schrikker Stichting aanwezig waren; de vader verscheen niet. De rechtbank bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek om eenhoofdig gezag toe te wijzen wordt afgewezen omdat het huwelijk nog niet is ontbonden en de echtscheidingsbeschikking niet is ingeschreven.