ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3573
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf en werkstraf voor ontucht met minderjarige pupil, vrijspraak grooming
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het meermalen plegen van ontucht met zijn minderjarige pupil in de periode van maart tot juni 2012. De bewezenverklaring betreft onder meer tongzoenen en betasten van borsten en billen van het slachtoffer, een 13-jarige leerlinge. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van verdachte, het slachtoffer en een derde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van grooming (artikel 248e Sr), omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte de ontmoetingen met het oogmerk ontuchtige handelingen had voorgesteld. De afspraken waren volgens de rechtbank in eerste instantie bedoeld voor praten en affectie tonen.
De straf bestaat uit een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 123 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden gesteld, zoals begeleiding door de reclassering en ambulante psychische behandeling. Verdachte wordt niet ontzet uit zijn beroep van leraar, mede vanwege het lage recidiverisico en zijn eigen verklaring dat hij niet meer als leraar wil werken.
De rechtbank wijst tevens de vordering van de benadeelde partij toe tot een immateriële schadevergoeding van €1500,-, te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank benadrukt de ernst van het misbruik van vertrouwen en de impact op het slachtoffer en haar omgeving. Verdachte wordt veroordeeld in de kosten van de benadeelde partij en verdere tenuitvoerleggingskosten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf en werkstraf voor ontucht met minderjarige pupil, vrijgesproken van grooming, met oplegging van schadevergoeding.