Betrokkene is sinds 2009 geplaatst in een inrichting voor jeugdigen vanwege verkrachting en poging tot zware mishandeling. Na eerdere verlengingen is de officier van justitie op 23 januari 2014 een nieuwe verlenging van achttien maanden vorderingen.
Tijdens de zitting op 3 maart 2014 zijn het advies van de kliniek, een deskundigenrapport en perspectiefplannen besproken. De kliniek constateert dat betrokkene nauwelijks vooruitgang boekt in de behandeling van zijn persoonlijkheidsproblematiek, met een matig kortetermijnrecidiverisico en een hoog langetermijnrisico bij uitblijven van behandeling.
Betrokkene zelf geeft aan dat hij het gevoel heeft niet goed te presteren binnen de kliniek en twijfelt aan het nut van een verlenging. De officier van justitie benadrukt de noodzaak van voortzetting van de maatregel ter bescherming van de maatschappij en behandeling.
De raadsman betoogt dat betrokkene sinds opname stabieler is en dat het risico op recidive niet hoog is, waardoor verlenging niet gerechtvaardigd is. De rechtbank volgt echter het advies van de kliniek en deskundige en verlengt de PIJ-maatregel met twaalf maanden, met het oog op veiligheid en verdere ontwikkeling van betrokkene.