De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor opzet- en schuldheling van diverse goederen die afkomstig waren van misdrijven, waaronder kleding, een laptop, een gestolen auto en een kinderwagen. Verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, zoals de heling van een TomTom en diepvriesproducten.
De bewezenverklaring rust op het feit dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren, mede gebaseerd op verklaringen van medeverdachten en de omstandigheden waaronder de goederen werden aangetroffen. De rechtbank achtte ook bewezen dat verdachte in een gestolen auto heeft gezeten en dat zij zich schuldig maakte aan opzetheling.
De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op, subsidiair 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie vanwege minder bewezen feiten. De straf weerspiegelt de ernst van het helingsfeit en houdt rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld.