ECLI:NL:RBOBR:2014:1515
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Termijnoverschrijding bij kinderopvangtoeslag leidt tot schadevergoeding heffingsrente
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2009 en de daaropvolgende beslissing op zijn bezwaar, omdat verweerder de wettelijke termijnen voor deze besluiten heeft overschreden. De rechtbank constateert dat de termijn zoals bedoeld in artikel 19 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en de beslistermijn uit artikel 7:10 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet zijn nageleefd.
Hoewel het beroep gegrond wordt verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de termijnoverschrijding niet verhindert dat verweerder de teveel betaalde voorschotten kan terugvorderen. Wel oordeelt de rechtbank dat eiser schade heeft geleden door de termijnoverschrijding in de vorm van betaalde heffingsrente.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe, waarbij verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de door eiser tot de uitspraak betaalde heffingsrente. Daarnaast wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd, schadevergoeding voor betaalde heffingsrente toegekend.