ECLI:NL:RBOBR:2014:1574

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
3 april 2014
Publicatiedatum
2 april 2014
Zaaknummer
AWB-13_5541
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 4 WvgArt. 10 Wvg
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vestiging voorkeursrecht op landgoed Haarendael door gemeente Haaren

Stichting Cello, eigenaar van landgoed Haarendael, beëindigde in januari 2012 haar zorgexploitatie en wilde het landgoed verkopen voor herontwikkeling. De gemeente Haaren en Cello sloten in 2009 een intentieovereenkomst tot 1 juli 2012. Na vaststelling van de structuurvisie in juni 2012 organiseerde Cello een openbare inschrijving die geen biedingen opleverde. Vervolgens sloot Cello een koopovereenkomst met eiser op 23 mei 2013.

De gemeente vestigde op 3 juni 2013 een voorkeursrecht op het landgoed. Eiser stelde dat hij als koper een direct belang had bij het besluit en dat zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank oordeelde dat koper geen direct belanghebbende is bij een voorkeursrechtbesluit, omdat het belang daarvan afgeleid is van het recht van de eigenaar. Bovendien bevatte de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde indien de verkoper niet kon leveren vanwege het voorkeursrecht.

De rechtbank concludeerde dat het besluit niet willekeurig was en niet in strijd met de Wet voorkeursrecht gemeenten. Het bezwaar van eiser werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. De rechtbank bevestigde daarmee het voorkeursrecht van de gemeente Haaren op landgoed Haarendael.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het voorkeursrecht van de gemeente Haaren wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 13/5541

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2014 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,
(gemachtigde: mr. T.J.H.M. Linssen)
en
de raad van de gemeente Haaren, verweerder.
(gemachtigde: mr. E. Beele)

Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van artikel 4 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) in het gebied Raamse Akkers de onroerende zaak kadastraal bekend gemeente Haaren, [sectienummer], behorende tot Landgoed Haarendael, gedeeltelijk aangewezen als onroerende zaak waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn.
Bij besluit van 24 oktober 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2014. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. J.J.J. de Rooij, plaatsvervanger van eisers gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. M.J.M.G. van Gerwen, plaatsvervanger van verweerders gemachtigde en door R. Mackaij.

Overwegingen

1.
De rechtbank gaat, bij de beoordeling van de zaak, uit van de volgende feiten.
Stichting Cello (hierna: Cello) exploiteert een zorginstelling en is eigenaresse van Landgoed Haarendael. Zij heeft in 2006 besloten haar zorgcliënten die tot dat moment op de locatie Haarendael te Haaren woonden elders in haar werkgebied, in kleinere eenheden, te herhuisvesten. In januari 2012 zijn alle bewoners verhuisd, waarmee de zorgexploitatie van Haarendael werd beëindigd. Gelet op deze ontwikkeling, is het voornemen ontstaan om Haarendael te verkopen ten behoeve van herontwikkeling en een passend nieuw gebruik van gebouwen en gronden. De gemeente Haaren en Cello hebben daartoe op 30 november 2009 een intentieovereenkomst gesloten, met een looptijd tot 1 juli 2012. Op 7 juni 2012 heeft verweerder de Structuurvisie Landgoed Haarendael (hierna: de structuurvisie) vastgesteld. Deze is op 21 juni 2012 in werking getreden. Na de vaststelling van de structuurvisie heeft Cello, in overleg met de gemeente Haaren, de openbare verkoop bij inschrijving georganiseerd. Blijkens het proces-verbaal van openbare inschrijving zijn tijdens de openbare inschrijving van 3 december 2012 geen biedingen uitgebracht, zodat die procedure niet tot gunning heeft geleid. Nadat de inschrijvingsprocedure was geëindigd, heeft Cello een bod ontvangen van eiser. Op 23 mei 2013 is een koopovereenkomst tussen Cello en eiser tot stand gekomen. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 3 juni 2013 het voorkeursrecht gevestigd.
2.
Eiser heeft aangevoerd dat zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Hij heeft een direct belang bij het bestreden besluit. Gezien de omstandigheden waaronder het voorkeursrecht is gevestigd en de rechtstreekse relatie tussen de hoedanigheid van eiser als koper, de wetenschap van verweerder daarvan en de argumenten die aan het vestigen van het voorkeursrecht ten grondslag zijn gelegd, heeft eiser een groter belang dan slechts een van het recht van de eigenaren afgeleid belang.
3.
Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat volgens vaste jurisprudentie de partij die tot het goed, waarop een wettelijk voorkeursrecht als onderhavige gevestigd is, niet rechtstreeks in diens belangen getroffen wordt en derhalve geen belanghebbende is bij het desbetreffende besluit wanneer zijn rechtsbetrekking op het goed slechts gebaseerd is op het bestaan van een koopovereenkomst.
4.
De vestiging van een voorkeursrecht heeft voor de eigenaren/rechthebbenden van de daarbij aangewezen percelen tot gevolg dat zij worden beperkt in de mogelijkheid van vervreemding van hun percelen. Het belang van een partij die als koper dan wel houder van een koopoptie zijn aankoopmogelijkheden geringer ziet worden, is een daarvan afgeleid belang en derhalve geen rechtstreeks belang, als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank is van oordeel dat eiser als koper geen belanghebbende is bij het onderhavige besluit. Daarbij heeft de rechtbank het van belang geacht dat - nu er een koopovereenkomst is gesloten voordat het voorkeursrecht gevestigd is - in de koopovereenkomst is opgenomen dat ieder der partijen de koopovereenkomst buitengerechtelijk kan ontbinden, indien verkoper ingevolge de Wvg niet in staat is om het eigendom van de onroerende zaak op de overeengekomen dag over te dragen. Tevens heeft de rechtbank van belang geacht dat de koopovereenkomst op het moment van het vestigen van het voorkeursrecht niet in de openbare registers was ingeschreven en er derhalve geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wvg.
5.
Gelet op het voorafgaande heeft verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Belt - Brouns, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2014.
De griffier is buiten staat om rechter
deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.