Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 juni 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 9 september 2013
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen haar vader, gedaagde, tot betaling van een schadevergoeding van €279.602,34, vermeerderd met wettelijke rente, wegens onrechtmatig handelen en wanprestatie als zaakwaarnemer. Eiseres had van haar grootouders aandelen geschonken gekregen in een Antilliaanse vennootschap, Vebeses Company N.V., waarvan gedaagde bestuurder was. Na liquidatie van Vebeses werd een groot deel van het vermogen van eiseres door gedaagde overgeboekt naar zijn eigen rekening.
Gedaagde betwistte het bestuur en de liquidatie, stelde dat hij de bedragen deels als schenking had ontvangen en voerde verjaring aan. De rechtbank oordeelde dat Antilliaans recht van toepassing is op de zaakwaarneming en onrechtmatige daad, en Nederlands recht op procedurele aspecten. Gedaagde heeft onvoldoende bewijs geleverd voor de schenking en is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als zaakwaarnemer door het geld niet terug te betalen.
Het beroep op verjaring faalt omdat eiseres niet eerder kon begrijpen dat gedaagde het geld zou toe-eigenen. Van het gevorderde bedrag wordt €12.707 in mindering gebracht vanwege erkende kosten die gedaagde voor eiseres betaalde. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €266.895,34 plus wettelijke rente vanaf 23 mei 2012 en in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €266.895,34 met wettelijke rente vanaf 23 mei 2012.