Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
“Betrokkene lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling, in de zin van een autisme spectrum stoornis (pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO) en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene functioneert bovendien verbaal en sociale emotioneel op een zwakbegaafd niveau. Mogelijk is er sprake van een zwakbegaafd functioneren en/of pyromanie, maar dat kan met het onderhavige onderzoek noch worden bevestigd noch geheel worden verworpen. Voormelde stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. De ziekelijke en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde zodanig dat dit mede daaruit verklaard kan worden. Betrokkene herinnert zich nauwelijks iets van de nacht van het ten laste gelegde. Hij kan zich niet voorstellen tot zoiets als het ten laste gelegde in staat te zijn. Het is onduidelijk wat er precies is gebeurd, wat betrokkenes gemoedstoestand was, hoe hij dacht, voelde en handelde ten tijde van het ten laste gelegde. De aard van de opeenstapeling van problematiek, geeft bij betrokkene ernstige beperkingen in zijn denken, voelen en handelen. Hij kan voortvloeiend uit de autismespectrum stoornis en de gebrekkige cognitieve capaciteiten moeilijk inschatten wat de gevolgen van zijn handelen voor anderen zijn. Hij is impulsief. Hij kan negatieve emoties moeilijk verdragen maar neigt ertoe ze uit te ageren. Uit het milieuonderzoek is bekend geworden dat betrokkene moeilijk kan omgaan met kritiek, frustraties en afwijzing. Er lijkt sprake geweest te zijn van idealisatie van zijn relatie met [slachtoffer 3]. Een confrontatie met de realiteit kan voor hem moeilijk te verdragen frustraties hebben meegebracht. Aannemelijk is dat betrokkene significant beïnvloed werd door de stoornissen. Indien het ten laste gelegde bewezen wordt geacht, komen er uit het eindproces-verbaal van de politie ook aanwijzingen naar voren dat betrokkene niet zo zeer impulsief maar planmatig te werk is gegaan. Nu er dus ook sprake lijkt van weloverwogenheid, zal de invloed van de stoornissen niet maximaal zijn geweest. Ondergetekende adviseert betrokkene als tenminste verminderd toerekeningsvatbaar (op een schaal van toerekeningsvatbaar –licht verminderd-verminderd-sterk verminderd-ontoerekeningsvatbaar), maar niet ontoerekeningsvatbaar te beschouwen. Betrokkene is impulsief, kan de consequenties van zijn handelen moeilijk overzien. Hij is egocentrisch gericht. Het gebrekkig ontwikkelde empatische vermogen leidt tot gebrekkige remmingen. De sociaal emotionele ontwikkeling is kinderlijk; hij kan negatieve emoties die worden opgeroepen door kritiek, afwijzing en bij frustraties moeilijk verdragen. Betrokkene heeft een doodswens die waarschijnlijk nog lange tijd zal blijven bestaan. Hij kan als hij impulsief zonder oog voor de gevolgen van anderen, een suïcidepoging doet zoals brandstichten op zijn cel, een gevaar opleveren voor anderen. Hij heeft gedurende zeer lange tijd -waarbij gedacht wordt aan jaren- een zeer hoge mate van toezicht nodig om suïcide te voorkomen. Betrokkene heeft geen woonruimte meer en geen gestructureerde dag invulling. Deze factoren en condities beïnvloeden elkaar negatief. Het recidivegevaar wordt als hoog ingeschat. Indien het ten laste gelegde bewezen wordt geacht, adviseert ondergetekende vanwege de combinatie ernstige problematiek, ernstige ten laste gelegde feiten en een verband tussen die twee, een hoog recidivegevaar en de noodzaak van een zeer hoge mate van beveiliging, betrokkene een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen. Vanwege het gebrek aan interne motivatie en vanwege de hoge mate van beveiliging die noodzakelijk is, is ieder voorwaardelijk behandelkader, inclusief een terbeschikkingstelling met voorwaarden, niet haalbaar”.