ECLI:NL:RBOBR:2014:1701
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van medeplegen mensensmokkel
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van meervoudige mensensmokkel in vereniging, gepleegd in diverse Nederlandse steden en buitenlandse locaties tussen februari en mei 2010. Verdachte werd verweten betrokken te zijn bij het organiseren, coördineren en faciliteren van het vervoer, onderdak en het verstrekken van valse documenten aan illegale migranten van Iraanse nationaliteit.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, wegens bewezenverklaring van drie feiten van mensensmokkel. De verdediging pleitte vrijspraak voor alle ten laste gelegde feiten.
De rechtbank oordeelde dat ondanks dat verdachte op de hoogte was van de gedragingen van haar man, er onvoldoende bewijs was dat zij zelf een significante bijdrage had geleverd aan de strafbare feiten. De vereiste nauwe en bewuste samenwerking voor medeplegen kon niet worden vastgesteld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten van mensensmokkel. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 10 april 2014.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een significante bijdrage aan mensensmokkel.