ECLI:NL:RBOBR:2014:1738

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 april 2014
Publicatiedatum
10 april 2014
Zaaknummer
01/860005-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak overval woning en poging tot diefstal wegens onvoldoende bewijs

De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van een overval op een woning te Aarle-Rixtel en een poging tot diefstal met geweld in Eindhoven. De tenlastelegging omvatte onder meer geweldpleging, bedreiging met een vuurwapen en het binnendringen van woningen met het oogmerk van diefstal.

Tijdens de zittingen werden meerdere getuigenverklaringen, camerabeelden en andere bewijsmiddelen besproken. De aangeefster van de overval gaf een signalement van een dader, en er was een compositietekening gemaakt die volgens politieambtenaren veel gelijkenis vertoonde met verdachte. Echter, verklaringen van getuigen, met name auditu verklaringen, bleken wisselend en onvoldoende specifiek. Ook konden camerabeelden niet met zekerheid verdachte als dader identificeren.

De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan de wettelijke eis van wettige en overtuigende bewijsvoering. Verdachte kon niet met voldoende zekerheid worden aangemerkt als mededader van de overval of van de poging tot diefstal. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet ontvankelijk verklaard en zij werden in de proceskosten veroordeeld.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van overval en poging tot diefstal.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht
Parketnummer: 01/860005-14
Datum uitspraak: 11 april 2014
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1973],
wonende te [woonplaats], [adres 1].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 maart 2013, 16 augustus 2013, 6 november 2013, 17 januari 2014 en 28 maart 2014.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 februari 2013.
De zaak is eerder aangebracht als feit 4 van de tenlastelegging met parketnummer 01/825582-12 en wel bij dagvaarding van 15 februari 2013. Op de voet van artikel 285, derde lid van het Wetboek van Strafvordering heeft de rechtbank ter terechtzitting van 6 november 2013 de splitsing bevolen van de op deze dagvaarding genoemde feiten in die zin dat de behandeling op de zitting van 6 november 2013 zich heeft beperkt tot het onder 1 ten laste gelegde feit.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 28 maart 2014 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 maart 2011 te Aarle-Rixtel ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans
alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening geld en/of goederen van
zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval
aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), uit een woning
(gelegen aan de [adres 2]) weg te nemen, met (één van) zijn mededader(s):
- bij die woning heeft aangebeld en/of
- die woning is binnengegaan en/of
- (meermalen) tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen om geld en de kluis en/of
- die woning heeft doorzocht (naar geld en/of goederen van zijn/hun gading),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld
en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op
heterdaad aan zichzelf en/of aan (één van) zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te
maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke
bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (één van) zijn
mededader(s):
- die [slachtoffer 1] de gang en/of de woonkamer, althans die woning, in heeft/hebben
geduwd en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1]
heeft/hebben gericht en/of
- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat zij moest meewerken, omdat ze anders
doodgemaakt zou worden en/of
- die [slachtoffer 1] (hardhandig) tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of tegen de grond
gedrukt heeft/hebben gehouden door op haar te gaan zitten en/of een knie tegen haar
borstbeen te drukken en/of
- die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen (met handen/vuisten en/of dat vuurwapen, althans
dat voorwerp) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of
- die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschopt tegen het hoofd en/of het lichaam en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 1] met tie-rips heeft/hebben vastgebonden en/of
- (gehandschoende) vingers in de mond van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en/of gedrukt gehouden (om haar roepen om hulp te smoren).
hij op of omstreeks 4 maart 2012 te Eindhoven ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of
anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit
een woning ([adres 3]) weg te nemen geld en/of goederen, in elk
geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk
geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
- de situatie heeft voorverkend door aan te bellen bij die woning en/of;
- (het slot van) de poort naar de achtertuin van die woning heeft vernield en/of;
- (met een breekijzer) een bij die woning aanwezige camerabol heeft vernield en/of;
- het slot van de achterdeur van die woning heeft vernield/verbroken en/of;
- die woning heeft doorzocht;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden met aftrek van voorarrest en:
- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het gevorderde bedrag (€ 4.163,32), met toepassing van de maatregel tot schadevergoeding;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het gevorderde bedrag (€ 350,00), met toepassing van de maatregel tot schadevergoeding. De officier van justitie heeft tevens de gevangenneming verzocht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Vrijspraak feit 1 (overval te Aarle-Rixtel).

De rechtbank is van oordeel dat voor de tenlastegelegde deelneming van verdachte aan een poging tot diefstal met geweld onvoldoende wettige bewijsmiddelen voorhanden zijn.
Overwegingen.
Aangeefster mw. [slachtoffer 1] heeft een signalement gegeven van één van de mannen die haar heeft overvallen. Ze omschrijft deze man als een spitse man met lichte huidskleur (een beetje grauw), licht gekleurd haar, met een grijs vest waarvan hij de capuchon op het hoofd droeg, toegeknepen ogen en een erg dun postuur
(dossier p. 760). Zij heeft ook verklaard dat zij kort voor de overval in de tuin van haar woning bezig was (dossier p. 757).
De politie heeft een compositietekening vervaardigd van de deze dader die tot stand is gekomen met behulp van aangeefster (dossier p. 768).
Drie verbalisanten relateren in een proces-verbaal dat de compositietekening “zeer veel gelijkenis” vertoont met de hen ambtshalve bekende verdachte [verdachte] (dossier p. 993).
Verbalisanten relateren ook dat tijdens een controle door de politie in 2011 medeverdachte [medeverdachte] werkkleding droeg, vertelde werkzaam te zijn bij[bedrijf 1] en een pashouder liet zien van de firma[bedrijf 1]. Volgens de officier van justitie vertonen werkjassen van[bedrijf 1] oranje gekleurde vlakken, zoals aangeefster heeft verklaard ten aan zien van de jas van een van de daders.
Getuige [getuige 1] heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] hem op een laptop een filmpje van Bureau Brabant heeft laten zien betreffende een uitzending van “Opsporing verzocht” en hij daarop het gezicht van medeverdachte [medeverdachte] zag, afgebeeld op een foto of tekening. Verdachte [verdachte] was daarbij aanwezig. Ook heeft [getuige 1] verklaard dat hij verdachte [verdachte] met zijn mededader over de overval heeft horen praten. Bij die overval, zo hoorde [getuige 1] toen onder meer, was een vrouw overvallen, waarbij die vrouw was geslagen en vastgebonden. Deze vrouw zou kort voor de overval “in de tuin zijn”. Verder verklaart getuige [getuige 1] dat hij verdachte [verdachte] herkent op een compositietekening die de politie van de daders heeft gemaakt (dossier p. 351, 352, 921 en de verklaring van [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 11 maart 2013).
In de woning van [medeverdachte] is een laptop aangetroffen (dossier p. 975). Uit onderzoek van de politie blijkt niet dat op de inbeslaggenomen laptop van verdachte beelden zijn bekeken van de overval (dossier p. 115).
Aangeefster heeft bij een meervoudige fotoconfrontatie verdachte
nietherkend (dossier p. 967).
De rechtbank overweegt het volgende.
Getuige [getuige 1] verklaart voor zover het betreft de directe feiten en omstandigheden van de overval niet rechtstreeks uit eigen wetenschap, maar naar aanleiding van wat hij van verdachten zou hebben gehoord.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de zogenaamde de auditu verklaringen van de getuige [getuige 1] niet voldoende specifiek en zo sterk wisselend van inhoud, dat het bewijs dat verdachte de overval zoals tenlastegelegd mede heeft gepleegd, niet uitsluitend kan worden aangenomen op die verklaringen.
Daar komt bij dat de verklaringen van [getuige 1] op een essentieel onderdeel niet lijken te kloppen. Uit onderzoek van de politie blijkt niet dat op de inbeslaggenomen laptop van [medeverdachte] beelden zijn bekeken van de overval (dossier p. 115.) Bovendien blijkt uit onderzoek (proces-verbaal van bevindingen van de officier van justitie d.d. 18 maart 2014) dat de beelden van de overval na 17 november 2011 niet meer op internet beschikbaar waren. Dit zou betekenen dat in september 2012 de getuige [getuige 1] die beelden niet heeft kunnen bekijken zoals hij heeft verklaard.
Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan niet met de wettelijk vereiste mate van zekerheid volgen dat de verdachte als een van de feitelijke daders fysiek aanwezig is geweest bij de overval of op een andere wijze zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt met de daadwerkelijke uitvoerders van dit delict dat hij kan worden aangemerkt als iemand die zich "tezamen en in vereniging met anderen" - dus als mededader - aan de overval heeft schuldig gemaakt.

Vrijspraak feit 2 (woninginbraak te Eindhoven).

De rechtbank is van oordeel dat voor de tenlastegelegde deelneming van verdachte aan een
poging tot diefstal onvoldoende wettige bewijsmiddelen voorhanden zijn.
Bewijsoverwegingen.
Op grond van de inhoud van het dossier, het verhandelde ter terechtzitting en de eigen waarneming van de rechtbank inhoudende de ter terechtzitting vertoonde camerabeelden van de beveiligingscamera van de woning van aangever, voor zover hiervoor aangeduid,
kan de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat verdachte één van de daders van de woninginbraak aan de achterzijde van de woning is geweest. De enkele omstandigheid dat verdachte mogelijk degene is geweest die enige tijd eerder op de camerabeelden van de voorzijde van de woning is waar te nemen, maakt dat niet anders. Daar komt bij dat de verdediging terecht heeft gewezen op de verschillen in kleding en schoeisel van de personen die zijn waar te nemen op de beelden van de achterzijde van de woning en de beelden van de voorzijde van de woning.
Conclusie.
De rechtbank acht gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 en onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

Nu verdachte van de hem ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, dienen de benadeelde partijen in de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.
De benadeelde partijen zullen worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt als na te melden.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en onder 2 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering niet ontvankelijk.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering niet ontvankelijk.
Veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,
mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. H.H.E. Boomgaart, leden,
in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,
en is uitgesproken op 11 april 2014.