Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het standpunt van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging.
Vrijspraak feit 1 (overval te Aarle-Rixtel).
nietherkend (dossier p. 967).
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van een overval op een woning te Aarle-Rixtel en een poging tot diefstal met geweld in Eindhoven. De tenlastelegging omvatte onder meer geweldpleging, bedreiging met een vuurwapen en het binnendringen van woningen met het oogmerk van diefstal.
Tijdens de zittingen werden meerdere getuigenverklaringen, camerabeelden en andere bewijsmiddelen besproken. De aangeefster van de overval gaf een signalement van een dader, en er was een compositietekening gemaakt die volgens politieambtenaren veel gelijkenis vertoonde met verdachte. Echter, verklaringen van getuigen, met name auditu verklaringen, bleken wisselend en onvoldoende specifiek. Ook konden camerabeelden niet met zekerheid verdachte als dader identificeren.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan de wettelijke eis van wettige en overtuigende bewijsvoering. Verdachte kon niet met voldoende zekerheid worden aangemerkt als mededader van de overval of van de poging tot diefstal. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet ontvankelijk verklaard en zij werden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van overval en poging tot diefstal.