Uitspraak
Het standpunt van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging.
Ik kom aangifte doen van het binnendringen van mijn huis, dat iemand bij mij in bed is gekropen zonder daarvoor uitgenodigd te zijn, mij heeft geslagen en ik doe aangifte van aanranding. [5]
[slachtoffer 1]. Het DNA-profiel van de verdachte[verdachte] RABC3148NL (geboren op [1980]) is betrokken bij het vergelijkend onderzoek.
Nadat ik in een bed was gaan liggen, werd ik wakker omdat ik gekust werd. Toen volgde geschreeuw. Ik ben toen uit bed gegaan en wilde de woning verlaten. Aangeefster stond in de deuropening en toen ik tegen haar zei dat ik naar huis wilde gaan, zei ze: “Nee, ik bel de politie”. Ik heb haar toen één keer links in haar gezicht geslagen toen ze bij de deur stond, omdat ze mijn weg blokkeerde. Ik wilde haar gewoon beletten de politie te bellen en ik wilde dat ze opzij ging. Er hebben geen seksuele handelingen plaatsgevonden.
Ze was op stap geweest in het centrum van Eindhoven en had daar wijntjes gedronken, biertjes gedronken en 1 of 2 joints gerookt. Hierna was ze naar het station gegaan, met de bedoeling met de taxi naar huis te gaan. Op het station zag ze parallel aan het VVV kantoor een zilverkleurige personenauto van het merk BMW staan. Op deze BMW was geen “taxi-bordje” bevestigd. De chauffeur van deze BMW wenkte haar en bood aan haar naar huis te brengen. In plaats van in de richting van de [adres 3], reed de bestuurder van de BMW in de richting van de [plaats 1]. Vervolgens draaide de auto een aantal keer rechtsaf en zag [slachtoffer 2] het crematorium. Het is mij verbalisant bekend dat het crematorium gelegen is aan de [adres 4] te Eindhoven. Na enige tijd rijden stopte de BMW op een lang, donker bospad, alwaar [slachtoffer 2] seksuele handelingen moest verrichten.
EUR 5.000,- aan immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 410,74 aan materiële schadevergoeding.