Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2014 in de zaak tussen
te 's-Gravenhage, eiser
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De staatssecretaris van Financiën heeft beroep ingesteld tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant waarbij een grondwatervergunning met terugwerkende kracht is gewijzigd om de vergunde hoeveelheid onttrokken grondwater te verhogen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het belang van de staatssecretaris een afgeleid belang is en niet rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De wijziging van de vergunning raakt niet de aan de staatssecretaris toevertrouwde belangen, die betrekking hebben op het heffen en innen van grondwaterbelasting.
De rechtbank stelt tevens vast dat het beroep terecht rechtstreeks bij de rechtbank is ingesteld, aangezien de wijziging van de vergunning onder de Waterwet valt en rechtstreeks beroep mogelijk is. Omdat de staatssecretaris geen belanghebbende is, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behoeft zij de overige beroepsgronden niet te behandelen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is.