Bij vonnis van 3 februari 2012 is de terbeschikkinggestelde voor het indexdelict poging tot zware mishandeling ter beschikking gesteld. De officier van justitie verzocht op 27 februari 2014 om verlenging van deze maatregel met twee jaar. Tijdens de zitting op 11 april 2014 werden de terbeschikkinggestelde, haar raadsman, de officier van justitie en deskundigen gehoord.
De terbeschikkinggestelde is een vrouw met een ernstige psychiatrische problematiek, waaronder schizofrenie (paranoïde type), een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken, en een geschiedenis van middelenmisbruik. Ondanks behandeling en medicatie is haar belastbaarheid zeer gering en is er sprake van beperkt delict- en probleem inzicht. De deskundigen adviseren de verlenging vanwege het hoge risico op terugval in gewelddadig gedrag zonder het kader van de terbeschikkingstelling.
De raadsman pleitte voor een kortere verlenging van één jaar om de motivatie van zijn cliënte te bevorderen en een spoedige overgang naar een GGZ-instelling mogelijk te maken. De rechtbank acht een verlenging van één jaar onvoldoende gezien de beperkte vooruitgang en het ontbreken van begeleid verlof. De kliniek heeft volgens de rechtbank voldoende voortvarendheid betracht bij het aanvragen van verloven.
Gelet op artikel 38d en 38e Sr en het belang van de veiligheid van anderen, besluit de rechtbank de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De beslissing is uitgesproken op 25 april 2014 door de rechtbank Oost-Brabant.