ECLI:NL:RBOBR:2014:2230
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen mensenhandel
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van mensenhandel in Helmond. Verdachte zou het slachtoffer hebben gehuisvest en geweten hebben van haar prostitutiewerkzaamheden, maar zijn rol was beperkt. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.
Tijdens de zittingen ontkende verdachte betrokkenheid bij dwang of uitbuiting en stelde dat hij niet op de hoogte was van de prostitutiewerkzaamheden. Hij probeerde het slachtoffer en medeverdachten uit zijn woning te krijgen toen hij hiervan hoorde. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte wist van het prostitutiewerk, er onvoldoende bewijs was dat hij dwang gebruikte of het oogmerk had op uitbuiting.
De rechtbank stelde dat medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking vereist, wat in deze zaak niet is vastgesteld. Verdachte had geen kennis van een vooropgezet plan en er was geen bewijs van intentie tot nauwe samenwerking met medeverdachten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen mensenhandel.