Eiseres, met een zeer beperkte visus en een aanzienlijk hogere lichtbehoefte dan gemiddeld, vroeg om een woonvoorziening voor aangepaste verlichting op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Verweerder wees de aanvraag af omdat het verlichtingsniveau binnen de algemeen gebruikelijke bandbreedte viel en eiseres zelf zorg kon dragen voor verbetering met reguliere armaturen. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende maatwerk heeft geleverd door niet adequaat te onderzoeken in hoeverre eiseres met reguliere verlichting beperkingen ondervindt en hoe aanpassing van verlichting deze kan compenseren.
Het advies van dr. Riemslag, dat wetenschappelijk onderbouwd is, toont aan dat het lichtplan zal bijdragen aan de zelfredzaamheid van eiseres. De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de specifieke behoeften en beperkingen van eiseres en dat de kosten van het lichtplan niet onredelijk hoog zijn. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en bepaalt zelf dat eiseres in aanmerking komt voor een gelijkwaardige lichtvoorziening conform het verlichtingsadvies.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.