ECLI:NL:RBOBR:2014:2331
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens te late en onvolledige melding werkhervatting WW-uitkering
Eiseres ontvangt sinds april 2013 een WW-uitkering en werkte vanaf 3 juni 2013 bij Stichting BrabantZorg. Verweerder legde haar een boete op wegens het niet tijdig melden van deze werkhervatting, wat leidde tot een terugvordering van te veel ontvangen uitkering.
Eiseres betwistte de boete en stelde dat zij tijdig telefonisch contact had gezocht en haar situatie had gemeld, maar kon dit niet bewijzen. De rechtbank stelde vast dat de melding pas op 12 juni 2013 plaatsvond, wat te laat was, en dat de doorgegeven uren onvolledig en onjuist waren.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar meldingsplicht niet was nagekomen en dat verweerder verplicht was een boete op te leggen. De boete werd verlaagd naar het wettelijk minimum omdat de melding alsnog uit eigen beweging plaatsvond.
Gelet op de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en persoonlijke omstandigheden achtte de rechtbank de boete evenredig en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank handhaafde de boete van €150 wegens te late en onvolledige melding van werkhervatting.